Over een accountant die ’s nachts op spoken jaagt.

Schrijfopdracht #1: Schrijf een verhaal over iemand die overdag als accountant werkt en ’s nachts op spoken jaagt.

Zoals ik in het artikel van gister al aangaf heb ik mijn eerste opdracht uit het boek 333 Dingen om over te schrijven gemaakt. Verstand op nul, telefoon uit en schrijven maar. Tijdens het schrijven stroomt de inspiratie vanzelf binnen en uiteindelijk schreef ik een verhaal van bijna 2500 woorden. Het leuke van dit soort opdrachten is dat je het zelf in de hand hebt. Je kan een afgerond verhaal schrijven, maar het mag ook een scène zijn uit het begin, midden of einde van een verhaal. Benieuwd? Dit is mijn uitwerking van deze opdracht. Veel leesplezier!


Tom keek van de stapel papieren op zijn bureau naar de grote klok op de muur. Het was bijna zeven uur en buiten begon het al aardig donker te worden. Al een paar jaar werkte hij als accountant bij een middelgroot kantoor midden in het centrum van de stad. In plaats van echt accountantswerk kreeg hij alle vervelende klusjes toegeschoven. Hij was vooral bezig met kopjes koffie halen en heel veel papierwerk kopiëren en archiveren. Had hij daar nu zo hard voor geleerd? Hij zuchtte nog eens en schoof de papieren aan de kant.
‘Morgen weer een dag,’ mompelde hij in zichzelf.
Hij zette de computer uit, opende zachtjes de deur en keek stiekem om het hoekje of er nog andere collega’s op kantoor waren. Alleen Maria zat nog driftig te typen en leek verdiept te zijn in een ingewikkeld vraagstuk. Haar donkere krullen vastgebonden in een staart en haar bril op het puntje van haar neus. Ze fronste haar wenkbrauwen en beet op haar onderlip. Maria was zijn enige collega die oprecht aardig tegen hem deed. Ze waardeerde zijn kwaliteiten en liet hem af en toe helpen met ingewikkelde berekeningen.
Tom deed de deur weer dicht en kleedde zich snel om. Hij verruilde zijn nette pak voor een simpele jeans, T-shirt en vest en trok zijn favoriete sneakers aan. Hij pakte zijn rugzak, trok zijn zwarte baseball petje eruit en zette hem op zijn hoofd. Daarna opende hij opnieuw de deur en gluurde naar Maria die nog steeds strak voor haar uitkeek. Snel liep Tom naar de trap om de hoek en rende met twee treden tegelijk naar beneden. In de parkeergarage aangekomen gooide hij zijn rugzak op de bijrijdersstoel en nam plaats achter het stuur. Nog geen vijftien minuten later parkeerde hij de auto onder een groepje bomen naast het eeuwenoude kerkhof aan de rand van stad.

Al jaren gingen er geruchten dat het spookt op de begraafplaats en Tom besloot een paar weken geleden op onderzoek uit te gaan. Zijn grootouders liggen hier begraven en hij zou er alles voor over hebben om ze nog een keer te zien. Lang geleden, toen hij nog een jong broekie was, stierven zijn grootouders vlak na elkaar.  Misschien konden zij hem duidelijk maken waarom zijn vader en moeder hem al die jaren geleden in de steek hebben gelaten. Hij pakte zijn zaklamp, fotocamera en nachtkijker en trok de rits van zijn vest en zijn kraag omhoog. Het gras knisperde onder zijn voeten en bij elke uitademing kwamen er kleine stoomwolkjes uit zijn mond.
Hij liep langzaam tussen de grafstenen door en een paar tellen later zag hij in de verte, achter een rechthoekige steen, een schim wegduiken. Ondanks dat hij niet bang was aangelegd, schrok hij toch wel een beetje. Hij had wel eerder geesten horen praten, maar dit was de eerste keer dat hij ook echt een geest zag! Voorzichtig liep hij er op af met zijn camera in de aanslag. Hij kwam voetje voor voetje dichterbij en de schim schoot van de grafsteen naar de dikke oude boom die een paar meter naar rechts stond. Tom nam nog een paar stappen en stond nu zo dichtbij dat hij het opschrift op de steen kon lezen. Hij schrok en slikte even. Het was het graf van een jong meisje. Een rilling liep over zijn rug en op hetzelfde moment leek het wel alsof iemand aan zijn vest trok.
‘Waaah,’ riep Tom uit en maakte een sprong opzij. Hij keek achter zich en zijn ogen werden zo groot als theeschoteltjes. Op ongeveer vijf meter afstand stond een klein meisje met sluik blond haar tot over haar schouders. Haar linkerbeen stond in scheef en op haar smalle gezichtje liep een snee van haar voorhoofd, over haar neus tot aan haar linkermondhoek. Ze droeg een lichtgeel vlekkerig jurkje met een bloemetjesmotief. Ze keek Tom met haar doffe levenloze ogen verdrietig aan. Hij stak vertwijfelend zijn hand op en zwaaide naar haar. Een glimlachje vormde op haar bleke lippen.
‘Help me,’ fluisterde ze zachtjes.
‘Wat kan ik voor je doen?’ riep Tom zachtjes terug. Het meisje kwam dichterbij.
‘Ben je niet bang voor me?’ vroeg ze. Tom schonk haar een glimlach.
‘Nee, dat ben ik niet. Waarmee kan ik je helpen?’ Het meisje slaakte een zucht.
‘U bent de eerste die niet in paniek raakt en weg rent als ik mezelf laat zien. Mijn ouders zijn nog in leven en zoeken naar diegene die verantwoordelijk is voor mijn dood. Ze hebben alleen geen enkel idee. Ik heb informatie wat hen misschien kan helpen om de dader te vinden.’
Tom knikte en vroeg wat hij kon doen. Het meisje ging op de grond zitten en Tom deed hetzelfde.
‘Als ik jou vertel wat ik allemaal weet wil jij dat dan misschien aan mijn ouders doorgeven?’
Tom keek haar bedenkelijk aan. Niemand wist dat hij er bijna elke nacht op uit ging om op spoken te jagen. Mensen zouden hem voor gek verklaren. Als kind had hij al de gave om contact te maken met geesten. Voor hem voelde het aan als normaal en hij heeft het er nog nooit met iemand over gehad.  Als hij dit meisje zou helpen, dan kwamen anderen achter zijn geheim. Wilde hij dat wel? Het meisje wachtte geduldig op zijn antwoord.
‘Weet je?,’ zei hij, ‘Morgennacht kom ik terug en dan vertel je jouw verhaal. Daarna besluit ik of ik je kan helpen.’
Het meisje stond op en deed drie stappen naar voren. Ze maakte hierbij een rare beweging met haar heupen, omdat haar linkerbeen in een rare onnatuurlijke stand stond. Ze gaf Tom een dankbare blik en draaide zich om. Langzaam strompelde ze richting de donkere schaduw van de bomen. Tom riep haar na.
‘Wacht! Ben jij Olivia?’ Dat is de naam die hij op de grafsteen van het jonge meisje had zien staan. Het meisje keek om en knikte even.
‘Ik heet Tom,’ riep hij richting Olivia.  Het meisje lachte haar vieze kapotte tanden bloot.
‘Weet ik,’ zei ze triomfantelijk en ze verdween in de schaduw.
Tom keek haar beduusd na. Hoe weet ze wie hij is? Met grote passen liep hij terug naar zijn auto. Hij borg zijn spullen op en reed met een veel te hoge snelheid naar zijn huis in een buitenwijk van de stad. Het was midden in de nacht en de stoplichten stonden allemaal uit waardoor hij overal zo door kon rijden. Thuis pakte hij gelijk zijn computer en probeerde informatie te vinden over Olivia. Wat was er met haar gebeurd?

Een paar uur later schrok hij wakker. Hij lag over de tafel heen, half over zijn laptop. Onder zijn wang lag een plasje kwijl. Hij ging rechtop zitten en veegde met zijn mouw zijn mondhoek schoon. Hij keek op de klok. Shit, half acht! De hele nacht had hij gezocht naar informatie, maar hij had niets relevants kunnen vinden. Snel sprong hij onder de douche, deed een schoon pak aan en reed naar kantoor. In de auto probeerde hij zijn bruine haren in model te brengen. De auto parkeerde hij in de garage onder het kantoorpand en via de trap liep hij naar de derde verdieping. Aan de muur hing een spiegel waar hij even snel een blik in wierp. Hij zag er vermoeid uit. Op de derde verdieping aangekomen liep hij zo snel mogelijk naar kantoor. Hij ontweek de blikken van zijn collega’s. Hij had nog een berg werk liggen en dat moest vandaag af. Hij twijfelde of hem dat ging lukken. Zijn gedachten dwaalden steeds af naar Olivia. Wat is haar verhaal? Vanavond zou hij het te weten komen en hij kon niet wachten tot het zover was.

De dag ging tergend langzaam voorbij. Tom kon zich niet goed concentreren en er kwam niet veel terecht van zijn werk. Aan het einde van de werkdag kleedde hij zich weer om en reed snel naar het kerkhof.  Daar zat hij nu al een paar uur te wachten. Tom keek op zijn horloge. Het was bijna middernacht en nog geen spoor van Olivia. Hij keek omhoog naar de boomtoppen. De ruwe bast van de boom drukte tegen zijn rug. De kruinen van de bomen waaiden harder heen en weer en het ritselen van de bladeren maakte steeds meer geluid. Tom maakte aanstalten om te vertrekken en op dat moment kwam er een verschijning achter de stuiken vandaan. Het meisje stapte voorzichtig op hem af.
‘Hallo Olivia, ben je er klaar voor om je verhaal te vertellen?’ Olivia knikte en ging tegen over hem op de grond zitten.
‘Ben jij er ook klaar voor?’ vroeg Olivia aan Tom. Hij knikte.
‘Laat maar horen,’ zei hij en Olivia begon te vertellen.

‘Anderhalf jaar geleden woonde ik nog samen met mijn ouders in de Weilanden. Je weet wel, die wijk achter het station met al die grote witte huizen. Ons huis staat op de hoek van de Akkerweg en het Boerderijplein. Naast de grote speeltuin. Mijn ouders werkten allebei en ik zat op school waar ik het prima naar mijn zin had. Ik had een eigen oppas, Lizzy. Zij haalde mij elke dag van school en hielp mij met mijn huiswerk. Na het maken van mijn huiswerk deden we vaak een spelletje of ze bracht me naar mijn sportlessen. Ik zat op tennis en ik was daar best goed in. Ik trainde wel drie keer in de week en deed ook mee met wedstrijden.
Op één van de dagen dat ik tennisles had ging de telefoon. Lizzy nam de telefoon op en het was mijn tennisleraar. Hij vertelde haar dat de les niet doorging die dag. Ik baalde echt, want ik keek elke keer heel erg uit naar mijn tennisles. Lizzy zocht iets om mij op te vrolijken en bedacht een verstopspelletje. De derde keer had ik mezelf verstopt op zolder waar ik eigenlijk niet mocht komen. Mijn ouders waren daar altijd erg duidelijk in geweest en ondanks dat ik daardoor juist erg nieuwsgierig werd, luisterde ik wel naar ze. Tot op dat moment. We speelden vaak verstoppertje en Lizzy wist al mijn verstopplekjes te vinden. Zonder er bij na te denken rende ik zachtjes de trap op naar zolder. De deur was niet op slot, dus ging ik snel naar binnen en deed de deur weer zachtjes dicht.
Ik keek om me heen en zag de lichtstralen van de zon door het kleine zolderraam schijnen. Het verlichtte de meubels en andere spullen die allemaal bedekt waren onder grote witte lakens. Onder een stapel dekens zag ik een kleine houten kist staan. De sleutel zat er nog in en ik maakte de kist open. In de kist lagen verschillende papieren en formulieren. Ik bekeek ze allemaal. Op één van de papieren stond met grote sierlijke letters ‘geboortebewijs’. Ik zag de namen van mijn ouders daaronder staan en bij de naam van het kind stond Tommy Alexander Hendriks.’

Tom trok lijkwit weg. Tommy Alexander? Dat was zijn naam! Alleen zijn ouders noemden hem al van kleins af aan Tom. Wat gebeurt er?
Olivia keek hem aan en ging verder.
‘Ik las het papiertje nog eens door. Daarna vouwde ik het dubbel en stopte het in mijn achterzak. Lizzy was ondertussen paniekerig aan het schreeuwen. Ik hoorde haar de trap opkomen en opende de deur.
‘Wat doe je hier op zolder, Olivia?’ vroeg ze. ‘Je weet dat je hier niet mag komen.’ Ze zag aan me dat er wat was. Ik liet haar het geboortebewijs zien. Lizzy schrok toen ze het las.
‘Heb jij een broer, Olivia?’
‘Ik weet het niet. Mijn ouders hebben het nooit over een broer gehad.’ zei ik terug.
Ik liet haar het kistje zien op zolder. Samen bekeken we de inhoud van de kist. Lizzy vond nog een oud krantenknipsel. Daarin stond een nieuwsbericht over een jongen die jaren daarvoor was ontvoerd. De jongen heette Tommy en de ouders waren Erik en Susan Hendriks.
Zo heten mijn ouders, Tom. En ik ben erachter gekomen dat mijn ouders ook jouw ouders zijn.’

Met verbazing en afschuw had Tom zitten luisteren naar Olivia’s verhaal. Hij kon het niet geloven. Was hij als klein kind ontvoerd? Waren zijn ouders niet zijn biologische ouders? Hadden ze na een paar jaar genoeg van hem en hadden ze hem daarom alleen achtergelaten? Zoveel vragen spookten door zijn hoofd.
Olivia keek hem vol medelijden aan.
‘Ben jij dan echt mijn jonge zusje?’ vroeg Tom terwijl zijn ogen vochtig werden. Olivia knikte.
‘Ja, Tom, ik ben je zusje. Of was je zusje, want zoals je kunt zien speel ik nu verstoppertje op het kerkhof.’
Tom staarde vol ongeloof naar haar. Er ging van alles door hem heen. Zijn biologische ouders leefden nog? Waar zijn de mensen gebleven die zich voordeden als mijn ouders? Tom was helemaal in de war.
Olivia keek liefdevol naar Tom en fluisterde, ‘Tom, mijn ouders zijn ook jouw ouders en ze weten niet dat jij nog leeft. Jaren geleden ben je uit hun leven gerukt en ben je opgegroeid met de ontvoerders die zich voordeden als jouw ouders. Zoek alsjeblieft je echte ouders op.’
Tom slikte moeizaam. Hij staarde naar het gras en plukte zenuwachtig met beide handen grassprietjes uit de grond.
‘Maar,’ zei hij ‘ik weet nog helemaal niet hoe jij bent gestorven.’
Het bleef stil en hij keek omhoog. Olivia was verdwenen. Op de plek waar ze had gezeten zag hij een oude tennisbal liggen.
‘Olivia!’
Tom keek om zich heen.
‘Olivia?’
Ze was nergens meer te bekennen. Tom stond op en greep de tennisbal vast. Hij zag dat er een snee in zat en er stak een stukje papier uit. Met veel moeite lukte het hem om het papier eruit te krijgen. Met trillende handen vouwde hij het papier open.
Het was zijn geboortebewijs. Daar stond het. Zwart op wit. De namen van zijn echte vader en moeder en zijn eigen naam Tommy Alexander.
Een traan rolde over zijn gezicht en viel op het papier. Olivia wist waarschijnlijk helemaal niet wie verantwoordelijk was voor haar dood. Ze had contact gezocht met Tom, omdat ze achter de waarheid was gekomen vlak voor ze kwam te overlijden. Haar ouders waren ontroostbaar na haar dood en ze wilde haar ouders weer gelukkig zien. Ze herenigen met hun verloren zoon. Haar broer…
Tom kon zich niet meer inhouden en de tranen stroomden over zijn wangen.
Hij stond op en liep naar het graf van Olivia. Daar groef hij een kleine kuil, legde de tennisbal erin en dekte de kuil weer af met aarde.
‘Dank je wel, lieve Olivia. Dank je wel zusje’ fluisterde hij.
De zon was alweer aan het opkomen en het werd steeds lichter. Tom liep het bospad af richting het station.
Op weg naar de Weilanden.
Naar het grote witte huis op de hoek naast de speeltuin.

You might also like

Leave A Reply

Your email address will not be published.